Organisatiepsychologie

Wat is een organisatie? Een organisatie is volgens Katz & Kahn (1966) een sociaal systeem dat het gedrag coördineert door middel van rollen, normen en waarden met een gemeenschappelijk doel en het heeft psychologische invloed op de organisatieleden.

Volgen Statt (1995) bestaat een organisatie uit de volgende vereisten

  • groep met sociale identiteit, hierdoor een psychologische betekenis
  • gedrag is geordend en gestructureerd
  • doelgericht

Individueel en groepsgedrag in een organisatie

Een groot gedeelte van ons eigen gedrag wordt beïnvloed door onze plaats in de organisatie.

Om de psychologische gronden te begrijpen van gedrag van individu & organisatie te begrijpen, wordt de focus gelegd op organisatiepsychologie en sociale psychologie. Centraal staat het verband tussen groepen en de bijdrage die ze leveren aan de psychologie van individuen binnen organisatie en de bijdrage aan het functioneren van de organisatie.

Het is goed om het gedrag op individueel niveau, groepsniveau en de interactie tussen die twee niveau’s binnen een organisatie te begrijpen, verklaren en te voorspellen. Dit ga ik verder toelichten aan de hand van sociale processen tussen organisatieleden.

Allereerst is het goed om te weten dat er verschillende invalshoeken zijn om organisaties te bestuderen: economisch, individuele verschillen, Human Relations en cognitief.

Economische, individuele verschillen, Human Relations en Cognitieve organisatiebenadering

Economische benadering door Taylor (1911);

Normatieve theorie; ‘one-best-way’ – management van het werk is een wetenschap ipv training

Vier principes voor managers;

  • Over elke taak een ‘wetenschap’ ontwikkelen
  • Wetenschappelijk onderbouwde selectie en training
  • Managers werken mee en handhaven regels streng
  • Bijna gelijke verdeling qua verantwoordelijkheid tussen managers en werknemers

 

Taylorisme leidt tot productieverhoging en kostenbesparing, maar ook veel ontslagen, weerstand, en hoge investeringskosten. De invloeden van Taylor zien we heden ten dage terug in;

  • Individuele beoordeling en prestatiebeloning
  • Lean production – alles wat niet bijdraagt aan de output is verspilde enerergie
  • Geloof in ‘right to manage’
  • Aandacht voor best practices (HRM) en time-and-motion studies

Individuele verschillen benadering; Münsterberg (1913).

Hij zocht naar dimensies waarop mensen verschillen en hoe je deze kunt meten. Het is voornamelijk relevant voor personeelsselectie en functieanalyses. Kritiek;

  • Obv capaciteiten en vaardigheden kun je de link naar goed vervullen van functie niet maken
  • Mensen verschillen in werkbeleving
  • Groepssamenstelling met betrekking tot werkbeleving

Human Relations benadering - Mayo met The Hawthorne studies

Voornamelijke conclusies zijn;

Elke verandering / veranderproces leidt tot verbeterde productie. Het veranderproces leidt tot verbeterde productie en tevredenheid, niet de verandering. Deelname aan onderzoek leidt tot groepsgevoel, teamspirit en verbeterde onderlinge relaties

Deze conclusies hebben geleidt tot;

  • Inzicht in belang van de groep, sociale context
  • Mens is niet alleen wezen dat individueel welzijn nastreeft
  • Huidige praktijk; HRM praktijken zoals HC, TQM & zoeken naar tevredenheid werknemers

Cognitieve benadering

Verschillende cognitieve processen beschreven zoals de zoektocht naar consistentie, naïeve wetenschappelijke benadering / poging tot cognitieve efficiëntie / gemotiveerde strategie. Er wordt hier echter weinig rekening gehouden met de sociale context.

  • Het gedrag wordt niet alleen door externe factoren bepaald, maar eigen cognitieve responses
  • Idee van mensen als naïeve wetenschappers had het meest invloed in de studie naar attributies

Sociaal denker kan een consistency seeker, naïeve wetenschapper of cognitive miser zijn;

  • Consistency seeker. Mensen streven naar geloof en gedrag consistent te laten zijn.
  • Naïeve wetenschapper. Manier hoe mensen sociale gebeurtenissen in hun omgeving uitleggen.
  • Cognitive miser. Eigenschappen zijn vaak niet rationeel en objectief, falen obv situatie of gedrag?