Sociale categorisatie theorie

Wat houdt de self categorization theorie in? Self categorization theorie is gericht op het plaatsen zelfconcept van het cognitieve proces, tussen persoonlijke identiteit (interpersonal) en sociale identiteit (intergroup). Self categorization theorie bepaalt wanneer, waarom en hoe sociale identiteiten op de voorgrond treden (salient).

Groepsgedrag begint met self-categorization, als het individu wordt beschreven naar zijn eigenschappen, terwijl hij lid is van een groep, is dit stereotyperend naar representatieve aspecten.

Er zijn twee uitkomsten van de self-categorization theorie:

Depersonalization – verschuiving van de ene naar de andere rol, niet-verpersoonlijken

Self-stereotyping – je hoort bij een categorie vergelijkbaar met andere ingroup leden

Niveaus van self categorization theorie

Self-categories bestaan op diverse niveaus, hoe hoger het niveau hoe meer omvattender de categorie is. De niveaus zijn de human level, social level en personal level. Een belangrijk onderdeel hierbij is functioneel antagonisme.

Functioneel antagonisme houdt in dat als één van de niveaus van sociale categorisatie het meest aanwezig is, zijn de andere niveaus vanzelfsprekend minder aanwezig.

Hoe wordt de sociale identiteit bepaald?

De saillante sociale identiteit is de sociale identiteit die het sterkst naar voren komt. Dit wordt bepaald door 2 factoren, ook wel fits genoemd. Namelijk de comparatieve fit en de normatieve fit. En daarnaast is de toegankelijkheid van de waarnemer een belangrijke rol.

  • Comparatieve fit. Dit houdt in dat de fit tussen self-category en gewilde categorie kleiner is dan overige categorieën.
  • Normatieve fit. De normatieve fit houdt in dat de kenmerken en stimuli van category veelal moeten overeenkomen. De verschillen tussen categorieën moeten meer verschillen dan verschillen in de categorie, maar ook de oorsprong van de verschillen moeten consistent zijn met de verwachtingen.
  • Toegankelijkheid van de waarnemer

Comparatieve fit en normatieve fit vormen samen de toegankelijkheid van de waarnemer.